home

Het Kaspische paard is een zeer rank edel paardje dat naast bepaalde uiterlijke kenmerken waaraan wij de paarden van dit ras onderling herkennen ook eigenschappen heeft dat dit ras van alle andere paarden op de wereld onderscheidt. Met name de vorm van de schedel en de botten in de benen wijken af van andere paardenrassen.

Ogen - amandelvormig, groot donker, laag geplaatst en vaak prominent.

Neusgaten - groot, laaggeplaatst, fijn gevormd en in staat tot zeer veel vibraties tijdens actie.

Oren - kort, ver uitstaand, alert, fijn getekend, vaak herkenbaar aan de naar binnen wijzende oorpunten.

Hoofd - wijd, gewelfd voorhoofd, in de meeste gevallen zijn de beenderen van het voorhoofd open tot het achterhoofd. De beenderen van het voorhoofd lopen op een aanprekende wijze schuin af in het neusbeen. Zeer diepe, prominente kaakbeenderen met een grote ruimte tussen de kaakbeenderen op de plaats waar deze de keel naderen. Het hoofd versmalt tot een fijne stevige neus.

Hals - lange soepele hals met een fijn gevormde keelgang.

Schouders en schoft - lang aflopend, wel gevormd met een goede schoft.

Romp - karakteristiek rank met een diepe buik. Borstomvang in proportie tot breedte van de romp - "twee benen uit één gat" wordt gezien als een fout. Dicht tot elkaar staande wel gevormde achterhand en een goede zadelruimte.

Achterhand - lang en aflopend van heup tot staartwortel. Grote lengte van kniegewricht tot hak. Door hun afkomst uit bergachtig gebied zijn Kaspische paarden vaker koe-hakkig dan paardenrassen uit het laagland.

Benen - karakteristiek dunne benen met harde platte beenderen en platte handwortel. Goede overgang naar koot noch steil of week.

Hoeven - zowel voor als achter zijn de hoeven ovaal en schoon, met een uitzonderlijke sterke wand en zool en weinig straal.

Vacht en behang - de huid is dun fijn en soepel, donker met uitzondering van onder witte aftekeningen. Vacht is zijdeachtig en plat, vaak met een schitterende glans in de zomer. Dikke wintervacht. Manen en staart zijn overvloedig maar fijn en zijdeachtig. Manen liggen over het algemeen plat maar kan groeien tot grote lengtes. Staartdracht is hoog in actie. Benen zijn over het algemeen zonder of met weinig behang.

Kleuren - alle kleuren met uitzondering van bont. Schimmels passeren door de jaren heen vele stadia van roan voordat zij op volwassen leeftijd naar bijna wit veranderen.

Hoogte - varieert afhankelijk van voeding, verzorging en klimaat. Gemeten dieren lopen van onder de 10 hands (1.02 m) tot boven 13 hands (1.32 m). Groei snelheid bij jonge dieren is extreem snel. De jonge Kaspische paarden maken het grootste deel van groei in de hoogte de eerste 18 maanden en groeien uit met volwassenheid.

Beweging - natuurlijke zwevende actie in alle gangen. Lange lage draf met veel takt en een spectaculair gebruik van de schouder. Soepele, opwaartste galop, en een vlakke snelle rengalop. Natuurlijk licht en rap met uitzonderlijk springvermogen.

Temperament - hoog intelligent en alert, maar erg vriendelijk en gewillig.                                                                                        

 
Oorsprong Kaspische paard
Herontdekking in 1965
Exterieur
Bloedlijnen
Stoeterij Al Borak
 
 

azmir

zohreh

 

 

 

 

 

www.kaspischepaarden.com